Wet DBA, VBAR en Zelfstandigenwet: dit zijn de verschillen

Elke zzp’er — en ondernemer die werkt met zzp’ers — heeft er wel van gehoord: de Wet DBA, VBAR en de Zelfstandigenwet. Het zijn drie wetten die allemaal schijnzelfstandigheid aanpakken, maar ze zijn niet uitwisselbaar. Deze blog zet de verschillen op een rij en legt uit wat ze voor jou betekenen.

Wet DBA: de wet die nu al geldt

De Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) is van kracht sinds 2016. Deze wet bepaalt dat jij en jouw opdrachtgever samen verantwoordelijk zijn voor de vraag of jullie arbeidsrelatie een opdracht is, of toch een verkapt dienstverband.

Het gaat daarbij niet om wat er op papier staat. De praktijk is leidend. Bepaal je zelf je werktijden, werk je op je eigen manier en gebruik je je eigen spullen? Dan zit je vaak goed. Werk je onder de vleugels van je opdrachtgever, net als een gewone werknemer? Dan loop je het risico op schijnzelfstandigheid.

Modelovereenkomst

Vroeger konden opdrachtgever en zzp’er terugvallen op een modelovereenkomst van de Belastingdienst voor extra zekerheid vooraf. In 2024 is de Belastingdienst gestopt met het beoordelen van nieuwe modelovereenkomsten — in de praktijk bleek de feitelijke arbeidsrelatie te vaak af te wijken van wat op papier stond.

Heb jij nog een modelovereenkomst lopen? Ongeacht de afgesproken einddatum eindigt deze automatisch eind 2029. Maar ook nu geldt: alleen als beide partijen zich daadwerkelijk aan de afspraken houden.

Einde handhavingsmoratorium

Tot 1 januari 2025 keek de Belastingdienst grotendeels de andere kant op. Dat is nu voorbij. Wordt schijnzelfstandigheid geconstateerd, dan volgen direct correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen.

Vanaf 1 januari 2026: bij opzet of grove schuld komen ook vergrijpboetes bij. Verzuimboetes blijven in 2026 nog buiten schot.

Naheffingen gaan in principe niet verder terug dan 1 januari 2025, tenzij er sprake is van kwaadwillendheid — dan loopt het op tot 5 jaar terug.

VBAR: het voorstel dat werd opgeknipt

De Wet Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR) moest de Wet DBA een handje helpen. Het wetsvoorstel bestond uit twee delen: nieuwe criteria om werknemerschap en zelfstandigheid uit elkaar te houden, en een rechtsvermoeden van werknemerschap bij een laag uurtarief.

Van dat plan is niet alles blijven staan. In maart 2026 haalde het kabinet het eerste deel — de verduidelijking van de criteria — van de tafel. Er was te weinig steun en te veel onrust in de markt. Dit onderdeel krijgt een doorstart in de Zelfstandigenwet.

Het tweede deel heeft het wél gered: het rechtsvermoeden van werknemerschap. Werk je tegen een uurtarief onder de €38 (peildatum 1 januari 2026)? Dan mag je ervan uitgaan dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst. De opdrachtgever moet dan aantonen dat dit niet zo is — niet de zzp’er. Dit onderdeel is op 21 april 2026 aangenomen door de Tweede Kamer en op 16 juni 2026 door de Eerste Kamer, en staat inmiddels in het Staatsblad. Wanneer het precies ingaat, wordt nog bij koninklijk besluit bepaald.

Zelfstandigenwet: de opvolger in de maak

De Zelfstandigenwet moet gaan aanvullen wat er uit de VBAR is geknipt: heldere criteria om te bepalen of iemand zelfstandig is. De wet werkt met twee toetsen.

De zelfstandigentoets kijkt of je je ook echt als ondernemer gedraagt: loop je risico, zoek je zelf je opdrachten, bepaal je zelf je tarief, en regel je zelf je pensioen en arbeidsongeschiktheid? De werkrelatietoets kijkt of jij degene bent die bepaalt hoe en wanneer je werkt.

Er komt bovendien een speciale toetsingscommissie die arbeidsrelaties gaat beoordelen. Wanneer deze wet daadwerkelijk ingaat, is nog onbekend.

Wat betekent dit nu concreet voor jou?

Voor de dagelijkse praktijk is één ding duidelijk: de Wet DBA is de wet waarop je vandaag wordt beoordeeld, en waar dus ook echt op wordt gecontroleerd. Zorg dat de samenwerking in de praktijk klopt met hoe een zelfstandige werkt: eigen werktijden, eigen aanpak, en geen opdrachtgever die op de stoel van de baas gaat zitten.

Werk of huur je iemand in tegen een uurtarief onder de €38? Houd er dan rekening mee dat het rechtsvermoeden uit de VBAR eraan komt. Dat schuift de bewijslast richting de opdrachtgever.

De Zelfstandigenwet mag je voorlopig gerust laten voor wat het is. Zodra er een concrete datum ligt, lees je het hier.

Werk je als zzp’er of met zzp’ers en wil je je administratie op orde houden? Bekijk wat Bjorn Lunden voor jou kan betekenen. Ontdek de mogelijkheden

 

Bron: Bjorn Lunden - partner AccountancyWorld

Laatste nieuws